Eerste consult na implantatie

Tweede en verdere consulten

 

opent in een nieuw venster Als pdf-file downloaden

 

 

 

Eerste consult na implantatie

Bij het eerste consult na implantatie wordt de NVS aangezet. Dit gebeurt 10 -14 dagen na de implantatie, tenzij er redenen zijn om langer te wachten met aanzetten zoals aanhoudende postoperatieve heesheid, ontstekingsverschijnselen van wond of ziekte van de patiënt. In deze gevallen wordt eerst afgewacht tot de klachten zijn verdwenen. Indien zich tijdens de implantatie een bradycardie/asystolie heeft voorgedaan dient aanzetten en ophogen onder ECG monitoring te gebeuren.

Bij het eerste consult na implantatie komen de volgende onderwerpen ter sprake:

Nacontrole operatieve ingreep:

  • Ervaringen ten aanzien van de operatie en het verblijf in het ziekenhuis.
  • Checken of er wondcontrole is uitgevoerd en door wie. (voorkeur voor de neurochirurg ivm eventuele nazorg)
  • Zo nodig zelf wondcontrole uitvoeren indien dit is afgesproken met de neurochirurg.
  • Navragen hoe het de afgelopen periode met de aanvallen is gegaan.

Aanzetten NVS:

  • Indien nodig worden vragen beantwoord en wordt eerder verstrekte informatie herhaald, waarbij ook aandacht is voor de verwachtingen van de patiënt en zijn naasten.
  • Uitleggen wat de patiënt kan verwachten bij het aanzetten.
  • Mogelijke verschijnselen: kriebelend/tintelend/knijpend gevoel in de keel, gevoel dat er iets in de keel zit. Dit kan zich uiten in o.a. hoesten, kortademigheid, stemverandering, tranende ogen en rood worden van het gezicht.
  • Aanzetten van NVS (102–102R of 103–104) volgens opent in een nieuw venster instelschema toon HTML-versie van het document.

TIP: Door het aanzetten in het begin van het consult te doen kunnen reacties van de patiënt geobserveerd en besproken worden tijdens het verdere consult.

 

Te verwachten bijwerkingen en hoe ermee om te gaan

Tijdens stimulatie komen de volgende bijwerkingen het meest voor:

  • Heesheid/stemverandering
  • Keelknijpen 
  • Hoesten
  • Kortademigheid

Adviezen bij het optreden van bijwerkingen:

  • Geruststelling; bijwerkingen treden alleen op gedurende de stimulatie en nemen veelal af in tijd
  • Veel slikken (een slokje drinken of een snoepje kunnen hierbij helpen)
  • Zo nodig paracetamol bij hinderlijke bijwerkingen

Magneet:

  • Uitleg geven over de magneet: werking en gebruik
  • Afspraken maken over:
    - Wanneer starten met magneetgebruik? (bv direct na aanzetten, na één week, bij volgend consult)
    - Wie gaat de magneet gebruiken?
    - In welke situaties dient de magneet gebruikt te worden? Zo nodig ‘droog’ oefenen tijdens consult en thuis
  • Uitleg geven over tijdelijk uitzetten van de stimulator; wanneer en hoe?
  • Tips:  opent in een nieuw venster Magneetgebruik

Uitleg vervolgproces:

In het begin van de instelfase wordt de NVS in principe om de 2 tot 4 weken opgehoogd. Redenen om langer te wachten met ophogen zijn bijvoorbeeld:

  • Een lage aanvalsfrequentie
  • Het optreden van (hinderlijke) bijwerkingen, waarbij er verwacht wordt dat er na iets langere tijd gewenning optreedt.
  • Andere factoren waardoor het effect van de instelling niet (goed) te bepalen is.

Later in de instelfase bij een hogere output current, bv. tussen 1,5 mA en 2,25 mA, kan er een langere observatieperiode tussen de consulten nuttig zijn (6 weken-3 maanden) om te bepalen of het effect blijvend is. Dit geldt tevens bij het overgaan naar rapid cycle instelling.

Overige adviezen en afspraken:

  • Afspraken maken mbt het gebruik van de bestaande coupeermedicatie. De magneet is extra, maar kan bijvoorbeeld als eerste gebruikt worden. Bij geen effect de reguliere coupeermedicatie gebruiken.
  • Herhaal nog eens het belang van het bijhouden van een aanvalskalender, waarbij ook magneetgebruik en gebruik coupeermedicatie worden genoteerd.
  • Maak afspraken over hoe en op welk tijdstip er gehandeld kan worden bij klachten tussentijds en bij wie de patiënt bij calamiteiten terecht kan bij afwezigheid van de hoofdbehandelaar.
  • Geef advies met betrekking tot tandarts, fysiotherapie, chirurgische ingrepen, MRI, detectiepoortjes, vliegreizen en huishoudelijke apparaten.
  • Checken of er nog vragen zijn.
  • Datum volgend consult afspreken (2 tot 4 weken).

TIP: adviseer de patiënt altijd het NVS-informatiekaartje bij zich te dragen. Indien de patiënt op vakantie gaat kan een medisch attest meegegeven worden.

 

naar top pagina



 

 

Tweede en verdere consulten :

Algemeen:

Hoe is het de afgelopen periode gegaan?

Aanvallen:

Uitvragen of er veranderingen zijn opgetreden ten aanzien van:

  • Verloop van de aanvallen
  • Frequentie van de aanvallen
  • Clusters
  • Pre- en postictale fase
  • Gebruik coupeermedicatie

Magneet:

  • opent in een nieuw venster Magneetgebruik:
    - Lukt het om met de magneet te stimuleren?
    - Hoe vaak is er gebruik gemaakt van de magneet?
    - Door wie wordt de magneet gebruikt: patiënt zelf, familie, partner, begeleider
    - Hoe wordt de magneet gebruikt (techniek)?
    - Is er hinder van de stimulatie na gebruik van de magneet?

Tip: de aantal magneetactivaties zijn uit te lezen met behulp van de handheld

  • Effect van de magneetstimulatie op het aanvalsverloop en de pre- en postictale fase
  • Problemen bij gebruik. Zo nodig extra uitleg geven en/of laten oefenen

Tip: geef zo nodig extra uitleg en/of laat de patiënt/mantelzorg tijdens het consult oefenen met magneetgebruik

Tip: bij ter plekke oefenen dit bij voorkeur doen vóór het ophogen van de output current van de stimulator

 

Bijwerkingen:

  • Welke bijwerkingen, ernst, toe- of afname?
  • Beleving bijwerkingen
  • Hoe omgegaan met de bijwerkingen?

Specifieke aandacht voor kortademigheid en optreden van nachtelijke benauwdheid of verergering snurken. Bij vermoeden van apneus slaaponderzoek uitvoeren. Indien apneus worden vastgesteld: frequentie en pulsbreedte verlagen naar resp 20 Hz en 250 microsec. Zo nodig ook de output verlagen.

 

Omgaan met NVS:

  • Ervaringen ouders/familie/begeleiding
  • Belemmeringen dagelijks leven (werk, sociale contacten, hobby’s, )
  • Verandering gedrag bij kinderen en verstandelijk gehandicapten
  • Gebruik coupeermedicatie

Regelmatig navraag doen naar overige effecten:

  • Alertheid
  • Verbale communicatie
  • Geheugen
  • Activiteiten
  • Gemoedsgesteldheid
  • Slapen

Verandering instellingen:

  • Procedure opent in een nieuw venster instelschema toon HTML-versie van het document parameters met daaraan toegevoegd de procedure systeemdiagnose en normal mode diagnose ter controle van het NVS systeem (102/102R of 103/104). LET OP:
    - Bij de 102–102R een systeem diagnose en normal mode diagnose met als minimale parameters: output current 0.75 mA, frequentie 15 Hz en 'signal ON time' 30s. 
    - Bij de 103–104 een systeem diagnose vanaf 0,25 mA, Een normal mode diagnose is niet meer nodig.
  • Controleren bij patiënt of de nieuwe instelling verdragen wordt;
  • Bij twijfel patiënt nog 30 minuten in wachtkamer laten plaatsnemen. Indien instellingen niet worden verdragen de instellingen zo aanpassen dat de instellingen wel verdragen worden.

Overige zaken:

  • Checken of er nog vragen zijn
  • Datum volgend consult afspreken (2 tot 4 weken)

Bij problemen:

Tip: zorg dat er altijd een 9V-batterij voor de programmeerwand op voorraad is.

 

Naar top pagina

 

Vervanging, revisie of verwijdering

Vervanging, revisie of verwijdering van het NVS systeem of onderdelen van dit systeem kan om diverse redenen gewenst zijn:

  • Vervanging van de pulsgenerator is nodig als het einde van de gebruiksduur van de pulsgenerator (bijna) bereikt is en de pulsgenerator niet meer kan communiceren en/of geen therapie meer verstrekt.
  • Revisie/vervanging van de elektrode kan vereist zijn als wordt vermoed dat de geleider gebroken of beschadigd is. Dit moet blijken uit diagnostische tests en/of een röntgenopname en/of anamnese.
  • Verwijderen van het gehele NVS systeem kan vereist zijn in gevallen van infectie of in geval van bepaalde medische omstandigheden die volgens de documentatie van het product een contra-indicatie vormen.